Sport, werk, school, politiek: “Homofobie is onuitroeibaar”

In een lijvig artikel van twee bladzijden beschrijft Tom Heremans van De Standaard waarom homofobie onuitroeibaar is.

‘Het gaat weer de verkeerde kant uit’, Tom Heremans, De Standaard, 31.01.2009
Mietje, Janet et les autres: homofobie blijkt onuitroeibaar

Alle inspanningen ten spijt houdt de discriminatie van holebi’s aan. In middelbare scholen is zelfs sprake van een heropflakkering. ‘De reacties worden steeds harder.’

‘Janet!’ Je hoeft geen homoseksueel te zijn om dat naar het hoofd geslingerd te krijgen, maar het helpt wel. Vorige maand dook het scheldwoord nog eens op in een grappig bedoeld radiospotje voor Proximus. Een stoere jongen polste in een telefoongesprek iets te geïnteresseerd naar de gemoedstoestand van een nog stoerdere vriend, die dat wat ongemakkelijk vond en zijn vriend het zwijgen oplegde met een ferm ‘Zeg, janet’. Dat leidde meteen tot een klacht bij de JEP, de jury voor ethische praktijken inzake reclame. Een wat nichterige reactie, zou je kunnen denken, maar Belgacom bond meteen in en liet de ‘janet’ vervangen door ‘jongen’. Paul Wauters, die bij reclamebureau Famous de spot bedacht, viel helemaal uit de lucht. ‘Ik vond het te gek om los te lopen’, zegt hij. ‘Het was net de bedoeling om die stoere kerels door de mangel te halen, niet de holebi’s. En dat taalregister hoort daar nu eenmaal bij. Meer hoefde men daar niet achter te zoeken.’Een storm in een glas water, dus. Toch is Yvan Brys, de woordvoerder van de Holebifederatie, blij dat de spot werd aangepast. ‘Voor de goede orde: wij hebben geen klacht ingediend bij de JEP’, zegt hij, ‘maar we vonden de spot erg ongelukkig. Je hebt er geen idee van hoe vaak holebi’s zich dat soort scheldwoorden moeten laten welgevallen. En ook al is dat niet altijd kwaad bedoeld, toch richt het schade aan. Het klopt wel dat we de term zelf ook hanteren, maar dan als een soort geuzennaam. Dat is toch wat anders.’

Het blijft wat kleinzerig klinken, maar Brys is formeel. ‘Zeker jongere holebi’s maakt dit soort stemmingmakerij het leven knap lastig. Ze hebben het al zo moeilijk om uit de kast te komen. Ik weet ook wel dat er in de media voortdurend met homoclichés wordt gegoocheld, zoals nu ook weer in Herken de homo op 2B, maar dat ontaardt nog niet in gescheld.’

‘Het probleem is dat er een soort tegenstroom merkbaar wordt’, zegt Brys. ‘Homo’s worden wel aanvaard, maar ze moeten ertegen kunnen dat er duchtig met hen wordt gelachen.’

Gekneusde ribben

Die indruk heeft ook Peter Holderbeke van Holebi-Events, een Oost-Vlaamse vzw die zich vooral over jongeren ontfermt. ‘Het blijft niet langer bij een grapje hier of een plaagstoot daar’, zegt hij, ‘er is sprake van regelrecht pestgedrag tegen leerlingen die zich outen. Soms komt er zelfs methodisch fysiek geweld aan te pas.’

In september vorig jaar diende een zestienjarige jongen uit Aaigem zelfs klacht in bij de politie tegen enkele medeleerlingen van zijn school in Herzele, moe getergd na anderhalf jaar van aanhoudende pesterijen. ‘Het begon met wat schampere opmerkingen’, zegt Holderbeke. ‘Maar toen de jongen zich niet onbetuigd liet, ontaardde het algauw in fysiek geweld, op zeker moment zelfs met gekneusde ribben tot gevolg. Hij stapte naar de schooldirectie, naar het CLB, allemaal zonder gevolg. Hij is ten einde raad bij ons komen aankloppen, en wij hebben hem – met veel moeite – kunnen overtuigen klacht in te dienen bij de politie. Dat is op de school hard aangekomen, maar het heeft geholpen: de directie probeert te bemiddelen, de pesters zijn op het matje geroepen.’

Er zijn de voorbije jaren studies bij de vleet verschenen over het wel en wee van homoseksuele jongeren, en die hebben de neiging mekaar nogal tegen te spreken. Waar ze het wel over eens zijn, is dat het pestgedrag vooral een zaak is van jongens, en dan vooral tegen jongens. De stoerejongenspraat uit de Proximus-spot, dus.

‘Als het maar bij stoere praat bleef’, zegt Bart (18), een leerling uit het zesde jaar technisch onderwijs in een gemeenteschool. Zijn medeleerlingen hebben alleen vermoedens over zijn geaardheid, want hij heeft zich nog steeds niet geout. ‘Dat zou de pesterijen alleen maar erger maken. Aanvankelijk begon het met flauwe grappen omdat ik vaak optrok met dezelfde jongen, maar algauw werd ik ook uitgestoten. Ik word ook weleens gepest door meisjes, maar dat zijn meestal eenmalige opmerkingen, jongens zijn volhardender. En hardvochtiger (wrang lachje). “Zit het homokoppeltje weer bij mekaar?, gaat het dan, of “Zoek samen een struik, maar wel liefst zo ver mogelijk hiervandaan.,’

Tot fysiek geweld is het bij Bart nog niet gekomen, maar hij wil er liever niet achter komen of dat wel het geval zou zijn als hij uit de kast zou komen. ‘Ik heb enkele klasgenoten die extreem homofoob zijn’, zegt hij. ‘Ik kan niet inschatten hoe die zouden reageren.’

Het plafond is bereikt

Eva Dumon van de Holebifederatie gaat geregeld in scholen spreken. ‘Je merkt inderdaad een vreemde onderstroom bij jongeren’, zegt ze. ‘De traditionele homofobie – “Het is een ziekte, – is er intussen goeddeels uitgewied. Homoseksualiteit lijkt dus op het eerste gezicht aanvaard, maar dat betekent niet dat er geen vooroordelen meer tegen bestaan. Er is een duidelijke verschuiving merkbaar: van onwetendheid naar verborgen negativiteit. En jongeren hebben steeds minder de neiging om zich daarbij in te houden.’

Sommigen schrijven die verharding op rekening van de allochtone jeugd, die door haar culturele en religieuze achtergrond sterkere homofobe neigingen zou vertonen. ‘We moeten daar niet onnozel over doen’, zegt Eva Dumon. ‘Als ik in scholen ga spreken, krijg ik van allochtone jongeren de meeste tegenwind. Maar dat betekent niet dat je niet met hen in discussie kunt gaan, en al evenmin dat zij de grootste pesters zouden zijn.’

Uit een studie van de KU Leuven uit 2006 bleek in ieder geval dat het met de tolerantie jegens holebi’s bij allochtone jongeren erg pover was gesteld. Niet meer dan twee op de tien allochtone jongeren stonden toen positief tegenover homorechten. Vorig jaar werd de bevraging overgedaan, en toen bleek dat aandeel plots te zijn verdubbeld. We leven dus op hoop, al verdienen de cijfers enige nuancering volgens Ellen Claes, die aan het onderzoek meewerkte. ‘De enquête werd in 2008 goeddeels bij hetzelfde panel uitgevoerd als in 2006. Je kunt uit de cijfers dus vooral afleiden dat allochtone jongeren verdraagzamer worden als ze volwassener worden. Bovendien bleek uit de studie in het algemeen dat het “tolerantieplafond, bij jongeren ongeveer bereikt is.’

Dat is nog zacht uitgedrukt, vindt Peter Holderbeke van Holebi-Events. ‘Onze ervaring leert dat het weer de verkeerde kant uitgaat, en niet alleen op school. Ook in de eigen omgeving blijven jongeren op veel onbegrip stoten. Onze vzw is volop bezig een opvanghuis op te starten voor holebi-jongeren die nergens meer terecht kunnen, zelfs niet bij hun ouders. Dat daar nood aan is, zegt genoeg, dunkt me.’

Ook Bart heeft zich thuis nog niet geout. ‘Mijn ouders zouden het alleen maar als een smakeloze grap beschouwen’, zegt hij.

Is er dan niemand met wie hij over zijn geaardheid kan praten? ‘Ik heb twee vrienden die het weten, en bij hen kan ik altijd terecht als ik het moeilijk heb. Er zijn vast ook leerkrachten aan wie ik steun zou hebben, mocht ik ze in vertrouwen nemen, maar dat durf ik niet.’

Mikpunt van spot

Ook leerkrachten hebben weleens behoefte aan een vertrouwenspersoon, zo bleek vijf jaar geleden al uit een studie van Greet De Brauwere (Hogeschool Gent). Bijna de helft van de homoseksuele leerkrachten die werden ondervraagd, durfde zich op school niet te outen uit schrik voor de reactie van de directie. Leerkrachten die de stap wel durven te zetten, krijgen niet zelden te maken met discriminatie, gaande van grapjes tot fysiek geweld. Jan Roegiers, Vlaams parlementslid voor SP.A en in een vorig leven zelf leerkracht, is nooit gediscrimineerd wegens zijn geaardheid toen hij voor de klas stond, maar zegt wel weet te hebben van scholen waar je outen niet evident is. ‘Veel hangt af van de directie en van de inrichtende macht’, zegt hij. ‘En ik kan je verzekeren dat de Guimardstraat (hoofdkwartier van het katholiek onderwijs, nvdr.) op dat vlak nog een hele weg heeft af te leggen.’

Yvan Brys van de Holebifederatie heeft geen weet van grote verschillen in discriminatie tussen de onderwijsnetten. ‘Maar als de houding van de katholieke kerk een leidraad mag zijn, dan valt het ergste te vrezen. Het Vaticaan voerde vorige maand actief oppositie in de VN tegen een verklaring die wereldwijd oproept om homoseksualiteit uit het strafrecht te halen. Het Vaticaan bevindt zich met die actie in het sinistere gezelschap van een aantal moslimlanden waar op homoseksualiteit nog altijd de doodstraf staat.’

Hendrik geeft les in een vrije technische school. Hij heeft zich jaren geleden al geout bij zijn collega’s en directie, die op enkele uitzonderingen na positief reageerden. Maar voor de leerlingen houdt hij zijn geaardheid angstvallig verborgen, en hij rekent in dat opzicht ook op de discretie van zijn collega’s. ‘Als je in een school als deze als homo bekendstaat, dan kun je het wel schudden’, zegt hij. ‘Je verliest alle respect van de leerlingen, ze pikken het gewoon niet. Je wordt het mikpunt van spot, aan lesgeven kom je gewoon niet meer toe.’

Normaal gedrag

Het onderwijs is door die publieke functie een bijzonder moeilijke plek om je te outen. Elders is het wel beter gesteld, maar niet heel veel, bleek eind vorig jaar uit intern onderzoek van de Vlaamse Gemeenschap. Acht op die tien werknemers in de Vlaamse administratie stelt zijn outing op zijn minst uit tot na een inwerkperiode.

Geef ze eens ongelijk: van de werknemers die geen geheim maken van hun geaardheid heeft bijna een kwart te maken met verbale intimidaties en de helft met seksueel getinte insinuaties.

‘In de politiek is het niet anders’, zegt Jan Roegiers. ‘Dat een Franse minister vorige week de internationale pers haalde door zich te outen als homo, dat zegt toch genoeg?’ De outing van de 57-jarige Roger Karoutchi werd vergemakkelijkt door het ‘normale’ gedrag van president Sarkozy, zo stond in de berichtgeving te lezen. ‘Je haalt dus nog altijd de wereldpers wanneer je als staatshoofd zo goed bent homo’s niet te discrimineren’, zegt Roegiers.

Ervaart Roegiers zelf enige homofobie in het Vlaams parlement? ‘Weinig’, zegt hij, ‘en altijd uit dezelfde hoek. Ik hoef er vast geen tekeningetje bij te maken: op gezette tijden stijgt vanaf de banken waar Vlaams Belang zit enig hoongelach op.’

Holebi’s maken op de arbeidsmarkt ook minder kans op promotie, en zelfs op een baan tout court. ‘We hebben vorig jaar een proef opgezet’, zegt Holderbeke van Holebi-Events. ‘We hebben tien mensen naar uitzendkantoren gestuurd: vijf gaven te kennen holebi te zijn, vijf niet. Een jaar later hebben de vijf openlijke homo’s nog geen enkele baan aangeboden gekregen, de vijf anderen wel.’

Bij het Centrum voor Gelijkheid van Kansen liepen vorig jaar 135 meldingen binnen over discriminatie op basis van seksuele geaardheid. ‘Vijfentwintig daarvan hadden te maken met discriminatie op het werk’, zegt Jozef De Witte van het centrum. ‘Niet al die klachten blijken gegrond, maar anderzijds zijn er ongetwijfeld heel veel gevallen waarvan nooit melding wordt gemaakt.’

Onsportief

Ondanks alle inspanningen blijft het voor holebi’s een lastige zaak om uit de kast te komen. Rolmodellen die het goede voorbeeld geven, blijven daarom belangrijk. In de cultuur- en entertainmentwereld loopt dat vlotjes, in de sport wat minder. Deze week ontkende de Australische zwemkampioen Ian Thorpe nog met klem de berichten dat hij zou samenleven met een Braziliaanse zwemmer.

En dan is Thorpe zelfs geen actief topsporter meer. Wie dat wel is, heeft nog meer redenen om de kastdeuren gesloten te houden. Denk aan tennisster Martina Navratilova, en hoe zij miljoenen aan sponsorgeld misliep door zich te outen. Of aan de Britse voetballer Justin Fashanu, die er in 1990 publiekelijk voor uitkwam dat hij homo was. Zowat de hele premier league viel over hem heen, inclusief zijn broer John. In 1998 pleegde Fashanu zelfmoord.

Vorig jaar kondigde de Nederlandse auteur Huub ter Haar met veel bombarie zijn boek Gelijkspel aan, waarin tal van holebi-topsporters zich zouden outen. De oogst viel veeleer mager uit: drie atleten, uit nichesporten als softbal en hockey. Geen enkele voetballer, en dat was toch waar iedereen op hoopte.

Daarover wilden we nog een reactie vragen aan een homoseksuele voetballer uit de Belgische eerste klasse, maar er zijn er geen. Als u begrijpt wat we bedoelen.

Genoeg gelachen. Als we komaf willen maken met homofobie, daar zijn alle onderzoekers het over eens, dan moeten we bij de allerkleinsten beginnen. De toeristische dienst van het Meetjesland gaf deze week het goede voorbeeld. Ze bracht een brochure uit, bedoeld voor kinderen van acht tot elf jaar: ‘Het Meetjesland: niet voor mietjes.’

2 Reacties

  1. […] Sport, werk, school, politiek: “Homofobie is onuitroeibaar” […]

  2. […] Sport, werk, school, politiek: “Homofobie is onuitroeibaar” Pubers, jobs mislopen, in de kast blijven: homofobie in cijfers […]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: