Coming-outverhaal: Jeroen is net als Wel Jong Niet Hetero 15

Tiener Jeroen vertelt over zijn coming-out. Vandaag viert Wel Jong Niet Hetero 15 jaar werking met een verjaardagsreceptie in Gent.

Jeroen (15) over zijn moeilijke maar levensnoodzakelijke coming out, Marijke Libert,
De Morgen, 09.05.2009
.
‘Hallo wereld, hier is hij. Jeroen, homo’

Een paar weken geleden begon Jeroen eraan: zich outen als homo. Strategisch en zorgzaam. Eerst aan een vriend vertellen, later aan de klas, bij de scouts, aan zijn ouders. Slechte reacties vermijdend. ‘Het is alsof ik voor rijen &softReturn;dominostenen sta. Ik duw een steentje om en het &softReturn;volgende valt. En nog een en nog een.’&hTab;door marijke Libert

Jeroen is er vijftien. In het eerste jaar middelbaar voelde hij dat er iets niet klopte. Meisjes trokken hem niet aan. “In een eerste fase negeerde ik dat gevoel, schakelde ik het zelfs uit. Ik probeerde rationeel te leven, testte mezelf. Ik trok naar meisjes toe, wou experimenteren. Het lukte echter niet. Dus toch iets mis, dacht ik vorige zomer. Serieus mis. Ik ben in een geweldige ‘dip’ terecht gekomen, de donkerste gedachten kwamen bij me langs. Had het leven nog zin? Ik vond me al zo afwijkend. Ik heb heel veel sproeten in mijn gezicht en word daar al jaren mee uitgelachen. ‘Hé, in de chocopot gevallen?’. Die dingen. Zou ik nu helemaal buiten de normaliteit vallen? Ik wou nochtans zo graag één van de visjes in de zee zijn. Wat een gedoe, dat homo zijn. Het leek me negatief, zo ver weg van de norm. Daar viel toch niet mee te leven? Zei het hoofd. Het hart voelde en wist meer. En hart gaat boven hoofd, ontdek je ineens. Wat langzaam ontwaakt kan je niet tegenhouden. Ik zag jongens en kon mijn blik moeilijk afwenden. Het was evident, een ‘natuurlijk’ gevoel. Ik ging op onderzoek uit. Via het internet. In het begin op de site van ‘Wel jong niet hetero’. Maar ik was bang dat ik me zou verraden, en trok naar buitenlandse sites. Ik heb een homo-chat gevonden in Nederland en kon er open en eerlijk urenlang met anderen over gevoel, situaties, vragen, onzekerheden praten. Tja, de conclusie kwam snel. Wat ik voelde, voelden met mij nog zo vele anderen. En kennelijk was daar ook niets mis mee. Nu nog de rem weghalen. Ik werd het beu om me te verstoppen, te zwijgen in alle omstandigheden. ‘Heb je al een lief, wie is ze?’. Dat zé. Je denkt: nu spring ik, ik ga het zeggen. Maar je slikt alles weer in. Bang, doodsbang voor de reacties. Uiteindelijk heb ik een strategie uitgekiend. Op school is er een jongen die twee mama’s heeft en hem heb ik het eerst gezegd. Leek me veilig. Zijn reactie vergeet ik nooit. ‘Ca va’, en hij trok zijn schouders op. (lacht luid) Het was de beste start die ik kon nemen. ‘Als het niet lukt, kom maar af’ zei hij nog. Later maakte hij ook de leukste opmerkingen. Hij durft dat, zonder schroom, kent dat blijkbaar, leerde te reageren. ‘Hé, heb je nu ook een janettenbril gekocht’ riep hij laatst toen ik met mijn nieuwe opvallende zonnebril kwam aanzetten, en gaf me een por. Dat is warm, plezant, nooit storend.”

Vooraf geoefend zinnetje

“Na hem was mijn beste vriend aan de beurt. Heel stuntelig hoe ik daar stond met een vooraf geoefend zinnetje ‘wat zou jij doen als ik homo was’. Louis glimlachte, en ik zweeg meteen. Een paar dagen later meldde ik hem via msn ‘ik ben écht homo’. Ik kon dat niet uitspreken, face to face. Alweer hielp het internet. Later besloot ik het in de klas te zeggen. In de les zedenleer brengt elke leerling beurtelings een tekst die hem of haar aanspreekt. Toen het aan mij was, besloot ik dat moment aan te grijpen om me te outen. Het was aartsmoeilijk. Vijf minuten heeft dat geduurd, ik zweer je, dat is héél lang. Er lag een papiertje voor mij waarop ik dingen geschreven had, maar ik heb het niet gebruikt. Ik begon te stamelen, eerst was er hilariteit in de klas, alle ogen op je gericht, zo van ‘enfin, wat staat die daar onnozel te doen’. Ik hakkelde: ‘Ik weet dat er de laatste tijd roddels de ronde doen over mij’, en stokte. Ik dacht: eerst zeggen dat ik bi ben, dat houdt opties open, en zien wat de reacties zijn. Ik zag een glimlach hier en daar. Er waren dus al vermoedens. En toen zei ik ‘enfin, bi, wat zeg ik nu, ik ben homo of zoiets’ waarna ik neerzeeg op mijn stoel. Ik zag blikken overal. De een bemoedigend, de ander verward. De macho’s van de klas deden iets vreemds met hun mondhoeken, bleken zich ongemakkelijk te voelen. Maar niemand zei: shit vent, straks, buiten, ga ik je op je bakkes geven.”

“Het was alsof er een blok van mij afviel. Maanden lang had ik mijn geheim bij mij gehouden. Een vals veilig gevoel gaf dat. Ik heb wel een tijd gewacht om het aan mijn ouders te vertellen. Dat zijn de mensen die je het dierbaarst zijn en het dichtst bij je staan. Die onvoorwaardelijke liefde wou ik niet op het spel zetten. Intussen krabde ik me velletje voor velletje af. Het is een schoorvoetend proces geworden, en heel uitgekiend. Wel best vreemd en vervelend. Je hoort te genieten van je ontdekking, van jouw groeiende zekerheid, maar je moet die ministrijd voeren met de buitenwereld. Na de klas kwamen de scouts, de vrienden van de tekenacademie. Ik had een tactiek. Eerst zei ik het aan de persoon in die groep die er het meest voor open stond, die te vertrouwen was en van wie ik wist dat hij of zij het op gepaste toon zou doorzeggen. Ik zag me voor een enorme mat staan vol dominosteentjes. Ik duwde er eentje neer, en dat steentje duwde het volgende plat, tot er in kringen op verschillende niveaus stenen tuimelden. Soms bleef er eentje recht staan, maar dat kwetste me almaar minder.”

“Het meest emotionele moment was toen mijn ouders het te weten kwamen. Ik zou op weekend gaan met de scouts. De ochtend van mijn vertrek had ik een paar heel treurige liedjes beluisterd. Toen zette ik me voor mijn computer. Nieuw document. Dubben over een titel. Het werd ‘uit de kast’. Mijn openingszin luidde ‘drie jaar loop je ermee rond en dan kan je nog geen deftige titel bedenken’. Na tien minuten had ik vijf bladzijden vol. Als een bezetene had ik zitten tikken. Ik had een overzicht geschetst van wat ik had meegemaakt, duidde abnormaliteiten bij mezelf, beschreef situaties, probeerde uit te leggen hoe dat allemaal ging wroeten in mijn hoofd. Ik beschreef ook iets wat ik kort daarvoor aan de gezinstafel had meegemaakt. Mijn mama had een vriend, homo, ontmoet op straat, en vertellend over die ontmoeting had ze hem wat nagebootst, zijn geaffecteerde praten vooral. Ik weet wel dat ze dat niet deed om hem belachelijk te maken, maar toch raakte het me zodanig dat ik geen hap meer binnenkreeg. Ik heb die avond de tafel plots verlaten. Ook dat lichtte ik in mijn schrijven toe. In het midden van de brief had ik drie woorden opgeschreven, die flitsten voor mijn ogen. ‘Ik ben homo’. Wow! Hartenklop. Nu was het finaal, op blad gezet, voor mijn vader en mijn moeder. Ik printte de brief uit, legde hem in de brievenbus en vertrok. De eerste dag op weekend heb ik mijn gsm uitgezet, uit angst. Pas ’s avonds durfde ik ‘m weer aan te zetten. Een bericht op de voicemail. Ik tikte 1230, met trillende vingers. Ik hoorde ‘Jeroen, papa hier, ik vraag me af hoe het met jou is. We hebben jouw brief gelezen en het is allemaal in orde, hoor. We hebben er geen problemen mee’. Ik heb meteen op 3 gedrukt. Herbeluisteren bericht. En weer: ‘Jeroen, papa hier..’ Erna ging ik op mijn kampeerbed liggen en ben ik beginnen wenen. Alles viel van mij af, toen. Ik dacht ook: ‘yes, ze weten het’ en ‘hallo wereld, hier is hij, Jeroen, homo’. Mijn gsm is die avond de hele groep rondgegaan. Wel tien keer op 3 geduwd. Herbeluisteren bericht. De stem van mijn vader altijd opnieuw voor de scoutsvrienden. Veel brede glimlachjes, veel schouderklopjes en ‘goed gedaan, Jeroen’. Diezelfde avond heb ik ook nog telefonisch contact gehad met mijn moeder, en ook dat was een mooi moment.&punctSpace;Het is een heel emotioneel weekend geworden.

Nadien vernam ik dat mijn moeder al iets vermoedde van toen ik een jaar of negen was. Nu was het bij mij even schrikken. We hebben intussen een paar gesprekjes gehad thuis, maar we forceren niets. Iedereen komt langzaam en samen tot besef. Ik begrijp dat je, hoe goed je het ook opvat, jezelf toch de tijd moet gunnen om alles te laten doorwerken.”

Mijn lijfwacht

“Ik besefte deze week ook ineens dat ik geluk heb gehad. Vooral toen ik het nieuws hoorde dat nog zo veel holebi’s scheef bekeken of zelfs uitgespuwd worden door andere, meer conservatieve, jongeren. Ik stel in mijn buurt uiteraard ook onwennigheid vast, of een lichte afkeuring, of verbazing. Sommige vrienden gaan je na je mededeling expliciet vastpakken, zo van: zie maar wat ik durf, ik ben niet bang voor jou, hoor, ik vind het oké. Vreemd is dat ik zelf zo op mijn hoede blijf, zelfs bang ben in bepaalde omstandigheden. Zo zijn er plekken die ik voorlopig mijd. Het park, bijvoorbeeld. Ik ben een paar maand geleden heel agressief benaderd, toen ik met een groep vriendinnen rondwandelde in het stadspark. Uitgedaagd door een groepje jongens. In de stad zie je de laatste tijd ook kleine bendes opduiken, vaste groepjes amokmakers. Ze zitten samen op de bus en dagen andere jongeren uit, of rijden rond in van die getunede wagens. Ze staan via de gsm in verbinding met elkaar en roepen elkaar op van zodra ze dat nodig vinden. We kennen hier ook twee broers die momenteel fuiven onveilig maken en knokpartijen uitlokken. Zij mogen nooit weten dat ik homo ben. Ik zou zeker afgetroefd worden. Ik ga om die reden voorlopig ook niet naar holebifuiven, uit angst dat ik zou gespot worden of dat men mij nadien zou opwachten buiten. Ik trek naar de gewone klas- en scoutsfuiven en voor de zekerheid neem ik naast twee vaste vriendinnen ook altijd een maat mee die kickboksen doet. Hij is mijn, tja.. lijfwacht. Je zie het: ik verwacht blijkbaar iets en stel me dus veilig op.”

Niet kleinzerig

“Doorgaans krijg ik dus goede reacties, maar er worden ook grapjes gemaakt natuurlijk. Wat wil je, we zijn allemaal jong en nogal hevig. Laatst hadden we het in de les Nederlands over humor, over clichémoppen. Dat die vooral over joden, domme blondjes en homo’s gaan. Ik hoor ook tot een groep waarmee graag de draak wordt gestoken. Dat is mijn lot. Ik doe soms ook mee met mopjes vertellen, het is beter mee te doen dan me negatief op te stellen of kleinzerig. Zo zou ik mezelf buiten de groep situeren, wat me zwak maakt of een gedroomd mikpunt. Vooral met de seksualiteit van homo’s wordt gelachen. Ik hoor af en toe de scheldwoorden: strontzak, bruinsteker. Ik ben geen doetje hé, dus één keer horen is geen probleem, maar de hele tijd. Nee, dank je. Bovenop heb ik die sproetenkop. Vroeger zei men ‘in de chocopot gevallen, Jeroen’. Nu wordt dat verkort tot.. chocopot. Pff, leuk is het niet, maar ik heb liever dat ze het me in mijn gezicht zeggen dan dat het achter mijn rug gebeurt. Ik moet er maar leren mee leren leven, zeker?”

“Hoe dan ook, het leven is mooi nu. Ik ben tevreden over mijn coming out. Soms zou ik het zelfs van de daken willen schreeuwen. Hoe meer mensen het weten, hoe beter ik mezelf voel. En ik durf op straat, of op de speelplaats al eens te kijken als er een mooie jongen langskomt. Dan zie ik wel een monkellachje bij de maten, sommigen zeggen dan ‘en Jeroen, iets gezien?’ Gelukkig is dat ‘zé’ weg. ‘Heb je al een liefje, Jeroen, wie is ‘ze’?’ Het is een ‘hij’ geworden.”

5 Reacties

  1. Petje af voor zo’n jong ding die zijn weg moet zoeken in een wereld van nu, die er niet gemakkelijker op gewordenis. Iedereen draagt zijn kruis, zolang je maar weet waar het voor staat, en ermee kunt omgaan. En wie er niet mee kan omgaan, laat ze gaan. Er zijn vrienden genoeg in de wereld waar je een mooie tijd mee kunt hebben

  2. Had het leven nog zin? Ik vond me al zo afwijkend. Ik heb heel veel sproeten in mijn gezicht en word daar al jaren mee uitgelachen. ‘Hé, in de chocopot gevallen?’. Die dingen. Zou ik nu helemaal buiten de normaliteit vallen?

    Zonder men het beseft doen woorden doen soms veel pijn.

    Nah… wat die sproetjes betreft;
    Wie zong alweer: Ieder sproetje is een kusje waard?😉

  3. Zolang het maar geen kusjes op…
    http://www.hln.be/static/FOTO/pe/3/15/7/media_xl_907747.jpg

    Een vijftigjarige Oostenrijker mag zich de eigenaar van een macaber wereldrecord noemen. De voorbije twintig jaar heeft de man welgeteld 707.335 doodskisten gebouwd.

    zijn😕

    • Waarom antwoord jij altijd met een hyperlink en dan nog compleet OFF-TOPIC?

      Het gaat hier over de coming-out van een 15-jarige knul en NIET over doodskisten!

      It’s getting very annoying!

      • En wat hebben je sproetjes dat een kusje waard zijn, te maken met een coming-out❗

        Wil d’rmee zeggen… dat m’n de gesterkte dmv pesten… geen kusjes dient te geven, want dat zijn doodskusjes !

        Wat zijn ’t toch allemaal KLOOTZAKKEN

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: